VRT publishing berooft auteurs

08-feb-’09 VRT publishing berooft auteurs

(De Standaard, Vrijdag 6 februari 2009)

Wie voor de VRT wil werken, moet een auteursrechtencontract tekenen met VRT-publishing. Maar die afdeling doet volgens GALM nauwelijks meer dan de helft afromen van het geld dat ze int en dat is broodroof.
Sinds enige jaren bestaat binnen de schoot van VAR (Vlaamse Audiovisuele Regie), de reclame- en sponsoringwerver van de VRT, een afdeling VRT Publishing. Die werpt zich op als uitgever en schuift telkens wanneer een auteur van de VRT de opdracht krijgt om een muziekwerk te schrijven in het kader van een audiovisuele productie, deze auteur een uitgavecontract onder de neus, waarin de auteur de VRT erkent als uitgever van het geleverde werk. Als het werk hergebruikt wordt (bijvoorbeeld in de soundtrack van een speelfilm) is het de uitgever die ervoor zorgt dat de auteur daarvoor wordt vergoed. De auteur moet dat dus niet zelf doen, of via een auteursrechtenvereniging. Voor wat hoort wat, dus in de overeenkomst staat ook dat VRT Publishing recht heeft op 50procent van die auteursrechten.

De overeenkomst met de VRT-huisuitgever wordt voorgesteld als een voorwaarde voor het verkrijgen van de opdracht. Ook externe productiehuizen die werken voor de VRT krijgen hiermee te maken, aangezien zij zich er contractueel toe dienen te verbinden voor het schrijven van muziek voor de door hen geproduceerde programma’s enkel auteurs aan te trekken die bereid zijn een deel van hun rechten af te staan aan VRT Publishing.

VRT Publishing komt echter bij lange na niet tegemoet aan de invulling van de taken die men van een uitgever zou mogen verwachten. Veel meer dan zich ermee vergenoegen om de helft van de auteursrechten af te romen, doet deze partij niet. Over de voorwaarden van de verlening van rechten valt, doordat de toekenning van de compositieopdracht afhankelijk gemaakt wordt van de gedweeë ondertekening van een standaardcontract, meestal niet te onderhandelen. En dit terwijl een rechtenverdeling van 50procent voor de uitgever en 50procent voor de auteur al lang niet meer marktconform is. Daardoor worden autonome uitgevers ook nog eens concurrentieel benadeeld.

Men zou kunnen denken dat uitgerekend een door de gemeenschap gefinancierde VRT zich zou laten leiden door enige ethiek. Hier is echter sprake van aperte verrijking door de openbare omroep op de rug van de auteurs. Daarenboven – en dat is een zo mogelijk nog kwalijker gegeven – heeft deze chantage alles in zich om te leiden tot een situatie waarin de openbare omroep (waarvan redelijkerwijze verwacht mag worden dat hij op objectieve en representatieve wijze het muzikale aanbod ventileert) in zijn programma’s stelselmatig de voorkeur geeft aan composities waarin hij zelf een commercieel aandeel heeft, en waaruit hij dus een rechtstreekse financiële return put.

We kunnen ons niet voorstellen dat het de bedoeling is van de wetgever dat onze openbare omroep op deze manier auteurs en componisten broodrooft, echte uitgevers ongeoorloofde concurrentie aandoet en het zenderaanbod zou gaan kleuren vanuit eigen mercantiele overwegingen.

In de beheersovereenkomst tussen de VRT en de Vlaamse Gemeenschap ontwaren wij alleszins niets in die zin. Daarin heet het dat de zogenaamde ‘Line Extensions’ de merchandising- en nevenactiviteiten omvatten ‘die rechtstreeks verband houden met of afgeleid worden van de VRT-netten, hun programma’s of onderdelen daarvan en waarvan de ontwikkeling een toegevoegde waarde inhoudt voor de inhoudelijke openbare omroepopdracht.’ In het VRT-decreet luidt het dan weer dat de merchandising- en nevenactiviteiten die de openbare omroep onderneemt ‘worden uitgevoerd tegen marktconforme voorwaarden’ en zonder dat ze ‘ernstige concurrentieverstoring met zich meebrengen’. Activiteiten van de VRT als muziekuitgever vallen dus overduidelijk binnen geen van beide bestekken. Wij vragen dan ook met aandrang dat de politieke verantwoordelijken daaruit de consequenties trekken.

Posted in: OPINIE

Short URL: http://galm.be/?p=24